Feit of fabel: Nederland realiseert in 2012-2017 miljardenbesparing op regeldruk mede dankzij e-factureren?

Afgelopen vrijdag 12 mei 2017 kwam het bericht naar buiten dat het kabinet over de periode 2012-2017 een miljardenbesparing heeft gerealiseerd door vermindering van de regeldruk. In de kamerbrief over eindrapportage regeldrukaanpak 2012-2017 staat:

“Het kabinet kijkt positief op de afgelopen periode terug. Zo is de doelstelling om de regeldruk met
€ 2,5 miljard voor burgers, bedrijven en professionals te verminderen met een realisatie van € 2,48 miljard vrijwel volledig behaald en is er met de oprichting van het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) een stevige basis gelegd voor toekomstige ondersteuning en toetsing op het terrein van regeldruk.

Daarnaast hebben we met de maatwerkaanpak samen met doelgroepen in een aantal regeldichte sectoren, zoals de zorg, logistiek en de chemie, diverse knelpunten geïdentificeerd en opgelost. Juist deze publiek-private samenwerking wordt door stakeholders gewaardeerd en draagt bij aan een merkbare vermindering van regeldruk. Ten slotte zijn deze kabinetsperiode verdere stappen gezet in het gemakkelijker maken van het contact en zaken doen met de overheid, onder andere met het digitale Ondernemersplein en efacturering.”

Het is interessant om te zien welke bijdrage e-factureren levert in die miljardenbesparing. Daarvoor slaan we het rapport Goed geregeld | Een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012-2017 er op na en gaan op zoek naar het woordje ‘factureren’ en ‘facturering’.

Hieronder staan de relevante resultaten vermeld, voorzien van een korte analyse:

  1. “Per 1 januari 2017 is e-facturering binnen de rijksoverheid een feit. Ondernemers besparen tijd en geld door in het vervolg hun facturen op elektronische wijze naar de overheid te versturen. (p. 6)”
    .
    Analyse: Daarvan weten we allemaal dat de aanpak van e-factureren naar de Rijksoverheid tot nu toe lastenverzwarend voor het bedrijfsleven is gebleken: de e-factuur moet in het onbekende UBL-OHNL formaat (terwijl er gelijktijdig een UBL-SI formaat is ontwikkeld met steun van de overheid), voorzien van een OIN nummer en langs Digipoort worden aangeleverd. Voor die tijd was het genoeg om een PDF (met projectgegevens) per e-mail toe te sturen. Gelukkig is e-factureren richting mede-overheden op de UBL e-factuur na vorm en middelvrij.
    .
  2. Impuls e-factureren
    Vanaf 1 januari 2017 zijn alle leveranciers van de Rijksoverheid in nieuwe inkoopovereenkomsten verplicht om een e-factuur in te dienen. Hiermee wordt het onderlinge gebruik van e-facturen door alle Nederlandse bedrijven en overheden gestimuleerd en kunnen het bedrijfsleven en overheden samen profiteren van de voordelen. Aanzienlijke kostenbesparingen voor het bedrijfsleven zijn met e-factureren mogelijk, waaronder besparingen door het wegvallen van aanmaak, print- en portokosten en een tijdsbesparing op personeel. Ook is het beter voor het milieu en zorgt het voor innovaties. De Rijksoverheid heeft meerdere laagdrempelige kanalen beschikbaar gesteld om e-facturen in te dienen, waaronder een portaal waarlangs ondernemers kosteloos facturen naar de rijksoverheid kunnen versturen. Daarnaast is er een speciale helpdesk ingesteld om leveranciers waar nodig te helpen bij de overstap.” (p. 33)
    .
    Analyse:
    het onderlinge gebruik van e-factureren door Nederlandse bedrijven en overheden worden allereerst niet gestimuleerd door de manier waarop de Rijksoverheid e-factureren inricht met lastenverzwarende elementen (de exoot UBL-OHNL, het OIN nummer en de verplichting om alleen via Digipoort te mogen aanleveren). Doordat het bedrijfsleven werkt met UBL(-SI) draagt de UBL-OHNL verplichting niet bij aan het kunnen profiteren van de opvolger van de PDF e-factuur.
    .
    Ook is het niet zo dat de overheid ‘laagdrempelige’ kanalen beschikbaar heeft gesteld. Aansluiten op Digipoort is zeker niet laagdrempelig, het online portaal vraagt om extra overleg tussen Rijksdienst en leverancier en vraagt om overtypen van de factuur en tot slot heeft SimplerInvoicing te weinig aansluitingen.
    .
    Tegelijkertijd is het meest efficiënte en meest gebruikte kanaal verwijderd: e-mail. De helpdesk is pas dit jaar opgezet, zodat dit niet in deze rapportage meegenomen zou mogen worden. Daarnaast is de helpdesk er vooral voor de mede-overheden, niet zozeer voor hun leveranciers.
    .
  3. “Impuls: E-factureren – ingangsdatum januari 2017 – Bedrijven – Reductie: 10,70
    In 2015 zijn in ronde tafel gesprekken tussen de Rijksoverheid, medeoverheden en bedrijfsleven afspraken gemaakt om e-factureren een extra impuls te geven. Belangrijkste afspraak is dat in zogenoemde ‘model-overeenkomsten’ van overheden en bedrijfsleven overgegaan zal worden tot het eisen van e-facturen. O.a. alle rijksdiensten worden zo verplicht om via hun inkoopovereenkomsten e-facturen te vragen aan hun leveranciers. [..]De totale administratieve lasten besparing voor bedrijven in de periode 2017 – 2020 wordt ingeschat op structureel 10,7 mln.” (p. 44)
    .
    Analyse
    : Dit gedeelte moet worden gelezen in samenhang met punt 2 hierboven. Allereerst is er geen sprake van een lastenverlichting bij het bedrijfsleven bij e-factureren richting de Rijksoverheid. Als er al een besparing van zou uitgaan, dan mag deze niet worden meegenomen in deze rapportage, omdat de beweerde besparing betrekking heeft op de periode 2017-2020 en het rapport betrekking heeft op de periode 2012-2017.
    .
  4. “Elektronische facturering – ingangsdatum december 2012 – Bedrijven – Reductie: 58,20
    In 2010 is de EU-richtlijn e-factureren tot stand gekomen. Deze bevat geharmoniseerde regels binnen de EU voor het gebruik van e-facturen. Facturen hebben een rol binnen het btw-stelsel, omdat zij voor ondernemers het aangrijpingspunt vormen voor aftrek van in rekening gebrachte btw. Door de geharmoniseerde vereisten tussen papieren facturen en e-facturen wordt het gebruik van e-facturen gestimuleerd. Daardoor wordt een verdere AL-verlichting bereikt. De Nederlandse wetgeving die de EU-richtlijn implementeert, is in het voorjaar van 2012 door het parlement aanvaard.”

    .
    Analyse:
    In 2009, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de betreffende Europese richtlijn heeft staatssecretaris Jan Kees de Jager e-factureren vorm- en middelvrij verklaar in Nederlands. De besparing die dat tot nu toe heeft opgeleverd is ongekend. Het omvat gemeten over de periode 2009-2016 (2017 is nog maar net begonnen) naar alle waarschijnlijkheid een besparing die vele malen groter is dan het genoemde bedrag.
    .
    Ga maar na, er worden jaarlijks ongeveer 600 miljoen facturen verstuurd in het MKB. Per factuur wordt in ieder geval €1 bespaard aan materiaal, porto- en arbeidskosten. Als de adoptie van de PDF e-factuur in 2009 nog maar 10% zou zijn, werd er al een besparing van €60 miljoen gerealiseerd. De adoptie van PDF e-facturen ligt nu ver boven de 75%….
    .
    Het is echter niet juist om deze maatregel in deze rapportage in te boeken, simpelweg omdat de “Nederlandse wetgeving die de EU-richtlijn implementeert, in het voorjaar van 2012 door het parlement is aanvaard.” Het doet een beetje aan als goede sier maken op basis van formele/juridisch-technische gronden. Juister zou het zijn geweest om het te vermelden als het doorwerken effect van een maatregel uit 2009. Het voordeel vloeit niet voort uit een op zichzelf staande maatregel in de periode 2012-2017.
    .
  5. “EU Richtlijn factureringsregels: vereenvoudigde factuur – januari 2013 – Bedrijven – Reductie: 13,30
    In 2010 is de EU Richtlijn factureringsregels voor de omzetbelasting tot stand gekomen. Hierin zijn de factuureisen binnen de EU geharmoniseerd en is een gelijk speelveld gecreëerd tussen e-factureren en papieren facturen. Tevens is de mogelijkheid van een vereenvoudigde factuur geïntroduceerd. De Nederlandse wetgeving ter omzetting van de Richtlijn is in 2012 aanvaard en per 2013 in werking getreden. De administratieve lastenverlichting als gevolg van het verwachte gebruik van de vereenvoudigde factuur is geraamd op ruim € 13 mln.” (p. 46)
    .
    Analyse: de vereenvoudigde factuur is heel relevant. Echter omdat de maatregel betrekking heeft op de inhoud van de factuur (materiële vereisten) en niet op verschijningsvorm van de factuur (technisch/formele vereisten) draagt deze niet bij aan de vermindering lastendruk door e-factureren.

Het rapport Goed geregeld | Een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012-2017heeft als streven een volledig beeld te geven van de maatregelen die hebben geleid tot administratieve lasten. Ook van de maatregelen op het gebied van e-factureren. Daarover valt het nodige te zeggen:

  1. Natuurlijk is het niet mogelijk om alle genomen maatregelen te vermelden (alhoewel andere departementen daarop wel goed hun best hebben gedaan), maar om te zeggen dat het rapport ‘all-out’ gaat op het gebied van maatregelen rondom de adoptie e-factureren, dat is ook weer te kort door de bocht.
    .
    Een van de grote missende maatregelen is toch wel de ontwikkeling van SimplerInvoicing (en evenzo goed het UBL Ketentest project, nu UBL Ready). Daarnaast mist ook het forum e-factureren en het optuigen van e-factureren bij PIANOo. Maar wellicht komt dat in de rapportage over 2017-2022 (2020) nog terug, als de voordelen daarvan zijn te kwantificeren.
    .
  2. Daarnaast valt het vooral op dat de genoemde maatregelen ofwel geen administratieve lastenverlichting voor het bedrijfsleven oplevert (in de praktijk integendeel) of niet genomen zijn in de periode 2017-2020.

Conclusie

Is het dan een feit of fabel dat Nederland in de periode 2012-2017 een miljardenbesparing heeft gerealiseerd op regeldruk, mede dankzij maatregelen rondom e-factureren in die periode?

Dan zou het antwoord mogen zijn: vooral fabel en een heel klein beetje feit. Vooral fabel omdat de maatregelen met de belangrijkste bijdragen niet in de periode 2012-2017 zijn genomen –maar daarvoor- en van buiten Nederland komen. Een beetje feit omdat de ondersteuning bij de promotie van UBL(-SI) zeker heeft bijgedragen; het effect daarvan zal pas in de volgende periode duidelijk naar voren komen.

Het is onmiskenbaar dat de Rijksoverheid tussen 2012-2017 maatregelen heeft genomen rondom de adoptie e-factureren, maar de vraag rijst in welke mate deze maatregelen hebben bijgedragen aan daadwerkelijke lastenverlichting voor het bedrijfsleven afgemeten tegen de beoogde lastenverlichting voor de (Rijks)overheid…. Wie durft, mag het zeggen.


Gerelateerd


Er kunnen nu even geen reacties worden geplaatst.