De invoering van één Europese betaalmarkt gaat Nederland geld kosten. De Single Euro Payments Area (SEPA), leidt tot gemiddeld lagere kosten voor het betalingsverkeer binnen Europa. Maar sommige landen, waaronder Nederland, zullen daar niet van meeprofiteren. Tot die conclusie komt onderzoekster Renske Overeem, verbonden aan de Universiteit van Utrecht.

Duopolie
Op 1 november 2009 wordt de Europese Incasso gelanceerd, met het doel kosten te besparen door één geïntegreerde Europese betaalmarkt. Hiervoor verdwijnen de nationale betaalsystemen en moeten de huidige aanbieders van systemen internationaal opereren. Tot nu toe zijn er echter slechts twee aanbieders, Visa en MasterCard, die grensoverschrijdend werken. “Dit potentiële duopolie kan leiden tot een verhoging van de kosten voor de consument omdat er nog geen concurrenten zijn”, aldus Overeem.
Efficiënte en goedkope PIN
Vooral landen die een inefficiënt betalingssysteem hebben, zoals Italië en Spanje, profiteren van een internationaal systeem, volgens Overeem. Maar Nederland, dat het efficiënte en goedkope PIN kent, zal er eerder op achteruitgaan. “Om de efficiëntie van het Nederlandse betalingsverkeer te beschermen, moeten de banken zich proactief opstellen. De deelname van Nederlandse banken in het geheel nieuw betaalsysteem, eventueel door het linken van PIN aan andere Europese systemen, zou één van de opties kunnen zijn”, aldus Overeem.
De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) benadrukt dat banken afspraken hebben gemaakt met de detailhandel dat de prijzen de komende vijf jaar niet worden verhoogd.
Bron: Elsevier Fiscaal

