Berichten getagged ‘interoperabiliteit’

Seminar Novay: Interoperabiliteit – Maak het waar(d)

Hoe overheden en grote bedrijven keteninformatisering waardevol kunnen maken voor de kleine schakels in de keten

Lees meer

Internationaal bedrijfsleven: e-invoicing als sleutel naar operationeel succes

Terughoudendheid bij leveranciers voornaamste barrière om op e-invoicing over te stappen

Lees meer

Basware breidt wereldwijde e-invoicing netwerk uit met tachtig partners

Anachron, ClearBIZZ-Accounting Plaza, TNT en UnifiedPost nieuw toegetreden partners in de Benelux

Lees meer

Publicatie Novay: Uitwisselbaarheid van betekenis

Interoperabiliteit vereist niet alleen uitwisselbaarheid van technologie. Ook de betekenis van begrippen moet overeenkomen en dat is vaak niet het geval

Lees meer

e-Procurement-initiatief EU rondt eerste projectfase af

Nieuwe infrastructuur helpt publieke sector bij tenders binnen de Europese Unie

De standaard voor e-Procurement voor de publieke sector is vandaag een stap dichterbij gekomen, waarmee de pan-Europese uitwisseling van elektronische facturen en andere zakelijke documenten tussen de private en publieke sector mogelijk wordt. Basware, marktleider op het gebied van Enterprise Purchase to Pay oplossingen en voornaamste adviseur voor e-Procurement voor de Pan European Public Procurement On-line (PEPPOL), heeft samen met het Ministerie van Financiën in Finland gewerkt aan de ontwikkeling van technische specificaties voor het platform, dat is bedoeld om Europese bedrijven te helpen bij deelname – op basis van gelijkwaardigheid – aan Europese aanbestedingen in de publieke sector.

PEPPOL is sinds mei 2008 in ontwikkeling en wordt gestuurd door de Europese Commissie en een consortium van negentien vertegenwoordigende partijen uit dertien landen. Dbasit Europese initiatief stelt zich ten doel de transparantie en efficiency van digitaal inkopen van de publieke sector te verbeteren. Uiteindelijk is het de bedoeling dat elke organisatie, waaronder ook die uit het MKB, digitaal aan gepubliceerde aanbestedingen in de publieke sector kunnen meedoen, digitale documenten kunnen sturen naar publieke instellingen en het hele inkoopproces van hun nationale infrastructuur naar andere nationale infrastructuren kunnen aansturen. Het project is nauw verbonden met de realisatie van de service directive van de EU voor de verbetering van de inner market efficiency binnen de unie. Het totale projectbudget bedraagt € 30,8 miljoen en de infrastructuur van de pilot zal aan het einde van 2010 gereed zijn.

Digitale datauitwisseling
“Terwijl regeringen de grootste kopersgroep binnen de Europese Unie vormen, lopen zij achter op de voornaamste industrieën aan als het neerkomt op digitale datauitwisseling met leveranciers”, zegt Esa Tihilä, Senior Vice President van Basware. “Onze eigen Basware Connectivity-diensten stellen afnemers en leveranciers in de private sector in staat eenvoudig digitale documenten met elkaar uit te wisselen. We zijn daardoor in een goede positie te adviseren over het opzetten van een Europese standaard voor grenzeloze e-procurement. Bedrijven die reeds beschikken over digitale oplossingen zijn in de beste positie om van het nieuwe EU-platform te profiteren. We hebben nauw met het Ministerie van Financiën in Finland en PEPPOL-werkgroepen samengewerkt om de technische specificaties te vast te leggen, die de interoperabiliteit tussen reguliere verzend-, content- en zakelijke processtandaarden garanderen. We komen mooie ontwikkelingen tegen nu we de pilotfase van het project naderen.”

Op dit moment vinden er weinig aankoopactiviteiten plaats over de landsgrenzen in de publieke sector van de Europese Unie. “Het PEPPOL-project is er op gericht hier verandering in te brengen. Om op een effectieve manier de concurrentie aan te gaan, is het van belang dat de EU-staten documenten digitaal kunnen uitwisselen. PEPPOL is een samenwerkingverband dat de concurrentiepositie en de inkoopprocessen van de publieke sector van de EU verbetert. Gebaseerd op een gangbaar platform zal PEPPOL uiteindelijk ook de private sector in staat stellen het netwerk te gebruiken. Daarnaast kan ook het MKB in het buitenland zakendoen, waardoor nieuwe markten in deze sector ontstaan”, zegt Olli-Pekka Rissanen, speciale adviseur van het Ministerie van Financiën in Finland.

De nieuwe inkoopinfrastructuur zal eind 2010 actief zijn. Gebaseerd op open standaarden is de infrastructuur onafhankelijk van operators, wat een open prijsconcurrentie betekent. Niet alleen Finland, maar ook Noorwegen, Denemarken, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Hongarije en Italië ondersteunen het PEPPOL-project.

Over Basware
Met meer dan 1.500 klanten en 850.000 gebruikers en aanwezig in meer dan 50 landen is Basware een toonaangevende leider op het gebied van purchase to pay oplossingen. Met Basware’s oplossingen besparen organisaties op inkoopkosten van goederen en diensten, waarbij ze een duidelijk beeld krijgen van en controle krijgen over het gehele uitgavenproces. Dit gebeurt door de automatisering van handmatige processen, sourcing, contract management, inkoopprocessen, samenwerkingen met leveranciers en factuurstromen. Basware levert hiermee een toegevoegde waarde in de vorm van kostenbesparingen, controle, compliance en een hoge Return On Investment (ROI). De oplossingen worden (op locatie of als dienst) gedistribueerd en geïmplementeerd in Europa, de Verenigde Staten en Azië via Basware’s uitgebreide netwerk van aangesloten kantoren en zakelijke partners.

Voor meer informatie: www.basware.com/nl

Achtergrondartikel: Een raamwerk voor e-factureren

Dit artikel is een verkorte versie van een hoofdstuk in de nog te verschijnen publicatie ‘E-factureren: beheersen, toepassen en controleren’.

Er zijn veel verschillende spelers actief op het gebied van e-factureren. Elk met hun eigen belangen en uitgangspunten.

De komende jaren gaat het aantal en de diversiteit aan spelers in de groeiende markt van e-factureren alleen nog maar toenemen. Dat gaat op zijn beurt weer gepaard met een haast exponentiële groei in informatie over e-factureren. Voorbeelden hiervan zijn folders, presentaties, artikelen, beleidsregels, interviews, whitepapers, webcasts, webinars, tweets, blogs en ga zo maar door.

Dit kan er toe leiden dat informatie over e-factureren als ‘onduidelijk’, ‘onjuist’ of ‘onvolledig’ wordt ervaren. Soms ook wordt betoogd dat ‘de accenten verkeerd worden gelegd’, dat ‘de boodschap verkeerd wordt verkondigd’ en zelfs dat ‘de verkeerde boodschap wordt verkondigd’.

Interessant genoeg hoeven deze soepen helemaal niet zo heet gegeten te worden: een simpel raamwerk (lees: kapstok) volstaat.

Wat levert een raamwerk op?
Een raamwerk voor e-factureren biedt iedereen de gelegenheid om op een comfortabele manier:

- overzicht te krijgen over de diverse onderdelen die bij e-factureren een rol spelen.

- te identificeren over welke onderdelen collega’s, klanten, toeleveranciers of ICT leveranciers, banken, beleidsmakers en andere betrokkenen het hebben.

- snel te bepalen wie welk belang heeft bij de verstrekte informatie (commercieel, controle, processen, techniek et cetera).

Het raamwerk: de stappen
Het raamwerk bestaat uit slechts vier onderdelen:

1. Praktijk: begrippen, gebruiken en de dagelijkse praktijk.

2. Modellen: de verschillende manieren waarop e-factureren in de praktijk wordt gebracht.

3. Processen: de stapjes waaruit de modellen bestaan en die er samen voor zorgen dat een factuur van A naar B komt.

4. Technologie: de techniek die het mogelijk maakt dat de processen samen een manier (model) vormen waarmee facturen van A naar B gaan.

Het geheel ziet er dan als volgt uit:

MODEL%20KAALklein Achtergrondartikel: Een raamwerk voor e factureren
Deze afbeelding laat zien hoe de onderdelen van het raamwerk zich tot elkaar verhouden. Ik leg de onderdelen hieronder uit:

- de grafiek bestaat uit twee assen. De X-as toont het effect van de onderdelen op interoperabiliteit: hoe meer ‘menselijke interoperabiliteit’, des te minder effect er is op ‘technische interoperabiliteit’. En vice versa.

- De Y-as toont het effect van de onderdelen op de impact: hoe meer ‘menselijke impact’, des te minder ‘technische impact’ er is. En vice versa.

- de vierkante blokken laten de onderdelen zien van het raamwerk: praktijk, modellen, processen en technologie.

- de pijlen laten zien welke invloed het ene onderdeel heeft op de andere onderdelen, zowel ‘upstream’ (omhoog) als ‘downstream’ (omlaag).

Voorbeeld:
Met HTML 5 komt er een cross document messaging framework. HTML 5 is een stukje technologie; een opmaaktaal voor de specificatie van documenten op het World Wide Web (technologie). Dit kan effect hebben op de manier waarop een factuur wordt opgebouwd en gepresenteerd (processen) in een webpagina. Dit betekent niet automatisch dat de manier waarop e-factureren wordt toegepast gaat veranderen (modellen). De praktijk van e-factureren zal door HTML 5 dan ook niet drastisch wijzigen.


Modellen
Bij e-factureren kennen we de volgende modellen:

- Buyer direct
- Consolidator
- Direct processing
- Four corner
- Invoice processing
- Self billing
- Seller direct


Processen
Al deze modellen maken gebruik van processen. Een proces in deze bijdrage is een stapje binnen e-factureren.

Hieronder volgt een alfabetische lijst van processen die bij de diverse modellen een rol spelen. Vanwege de ontwikkelingen op het gebied van e-factureren streven we niet naar een volledige lijst. Het biedt slechts een indruk wat als proces kan worden aangemerkt bij e-factureren:

- Authenticatie
- Communicatie
- Instemmen
- Converteren
- Creëren
- Betwisten
- Downloaden
- Verrijken
- Extractie
- Factoring
- Converteren
- Hosten
- Importeren
- Betalen
- Presenteren
- Printen
- Ontvangen
- Reconciliëren
- Routeren
- Scannen
- Bewaren
- Transporteren
- Valideren
- Workflow


Technologie
ICT technologie zorgt er voor dat de processen kunnen doen wat ze moeten doen. In grote lijnen hebben we bij ICT infrastructuur te maken met:

Apparatuur:
Computer, beeldscherm, printer, server, toetsenbord

Programmatuur:
Besturingssysteem, kantoorprogrammatuur, internet, et cetera

Infrastructuur/netwerk:
De infrastructuur op het netwerk bestaat weer uit diverse lagen. Deze lagen zijn gebaseerd op het OSI (Open System Interconnect) model en het vergelijkbare SNA (Systems Network Architecture) model. In deze bijdrage werken met een versie die bestaat uit zeven lagen:


OSI/ SNA model
De lagen zien er als volgt uit:

MODEL%20UITGEBREID%20klein Achtergrondartikel: Een raamwerk voor e factureren
Hieronder worden de lagen beschreven aan de hand van het OSI model:

- Level 7: Application: applicatielaag
De applicatielaag is het venster voor de gebruikers en de applicatieprogrammatuur om toegang te krijgen tot andere netwerkdiensten. Denk daarbij aan Microsoft Outlook en de toegang tot Microsoft Exchange. Of Google Chrome en de toegang tot Hotmail. Applicaties zijn dus vaak geïnstalleerd op de computer van een gebruiker (een user-client). Als een applicatie op een computer begint te communiceren met een andere computer, dan wordt de applicatielaag gebruikt.

- Level 6: Presentation: presentatielaag
Deze laag is in feite de tolk-vertaler van het netwerk. Bij de zendende computer vertaalt deze laag de data die door de toepassingslaag worden aangeboden in een gemeenschappelijk erkend tussenformaat. Bij de ontvangende computer vertaalt de presentatielaag het tussenformaat in een formaat dat door de toepassingslaag van die computer wordt ondersteund.

- Level 5: Session: sessielaag
Deze laag synchroniseert ook de communicatie die plaatsvindt op de presentatielaag tussen twee hosts, en onderhoudt de data-uitwisseling. Een webserver bijvoorbeeld wordt door meerdere computers tegelijkertijd benaderd, dus kunnen er veel communicatiekanalen tegelijkertijd openstaan. Het is dan ook belangrijk om bij te houden welke gebruiker op welk kanaal zit. De sessielaag zorgt voor de efficiënte communicatie.

- Level 4: Transport
De transportlaag is de vierde laag uit het OSI-model en zorgt voor het probleemloze transport van data voor de applicaties. De meest gebruikte protocollen uit deze laag zijn het TCP|Transmission Control Protocol (TCP) en het User Datagram Protocol|User Datagram Protocol (UDP). Er zijn diverse protocollen die de nadruk leggen op:

- Verbindingen leggen
- Betrouwbaarheid
- Voorkomen van verstoppingen (congestion control)
- Volgordecontrole
- Foutcontrole
- Poorten verstrekken

- Level 3: Network
De netwerklaag controleert hoe het het netwerk vergaat als de vorige lagen aan het werk zijn. Zo bepaalt de netwerklaag welke fysieke route (moet het bijvoorbeeld over een lijn of draadloos?) de informatie moet afleggen, gebaseerd op de staat van het netwerk (is het druk?), de prioriteit van de gegevens (Belangrijk? Kan het wachten?) en andere factoren.

- Level 2: Data link
Dit is de tweede laag uit het OSI-model en zorgt voor betrouwbaar transport van de data over een verbinding (link). Denk daarbij aan de verbinding tussen de netwerkkaarten van een computer en een router. Denk dus niet aan de kabel zelf want deze is ingedeeld in de fysieke laag.

- Level 1: Physical network
De eerste laag uit het OSI-model bevat de elektrische, mechanische, procedurele en functionele specificaties voor het activeren, in stand houden en deactiveren van de fysieke link tussen eindstations (PC’s, routers, switch en modems). In deze laag worden karakteristieken als voltagelevels, connectoren (stekkers) en maximale transmissieafstand gedefinieerd.

Beelden zeggen meer dan duizend woorden. Hieronder wordt met een afbeelding weergegeven hoe ‘apparatuur’, ‘programmatuur’, ‘netwerk’ en de ‘OSI-lagen’ zich tot elkaar verhouden.

NETWORK%20MODEL%20klein Achtergrondartikel: Een raamwerk voor e factureren

Integrate: cementmolen voor de interoperabiliteit in Nederland

24 jul 2009  |  Nieuwsartikelen, Praktijk  |  Geen reacties

Integrate is een Nederlandstalig netwerk van professionals in enterprise interoperability en heeft als doel om elkaar te helpen professionaliseren in de organisatorische, bedrijfskundige, bestuurskundige, informatiekundige en technische aspecten van informatieverkeer tussen organisaties. Integrate ontwikkelt professionele instrumenten om de interoperabiliteit van organisaties in ketens en netwerken te verbeteren. Het project heeft een sterke ambitie en heeft de eerste fase ingezet als opstap voor een nationaal consortium met internationale kwaliteit.

Het delen van informatie en het koppelen van bedrijfsprocessen wordt meer en meer een noodzakelijke voorwaarde voor levensvatbaar commercieel handelen en voor het effectief aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. Dit geldt binnen maar vooral ook tussen organisaties in ketens en netwerken.

Tegelijkertijd bestaat er geen professioneel vak “interoperabiliteit” waarmee deze uitdaging kan worden aangepakt. Zo hier en daar zijn technische en organisatorische ingrediënten wel versnipperd bekend of aanwezig, maar wordt het wiel steeds opnieuw uitgevonden. Andere onderdelen van het vak ontbreken nog grotendeels.

De uiteindelijke doelstelling van Integrate is om het vak interoperabiliteit te professionaliseren. Dit vak levert een samenhangende set van instrumenten waarmee specifieke interoperabiliteitsuitdagingen kunnen worden aangepakt. Deze instrumenten omvatten onder andere handreikingen, checklists, methoden, tools en modellen.

Het project Integrate wil organisaties een samenhangend instrumentarium bieden waarmee zij, samen en individueel, hun interoperabiliteit kunnen verbeteren. Dit komt er op neer dat ze hun vermogen verbeteren om waardevol, betekenisvol en beheerst informatie met elkaar te delen.


Interoperabiliteit
Het eenvoudig kunnen uitwisselen van gegevens en koppelen van diensten, zowel tussen organisaties als tussen systemen wordt Interoperabiliteit genoemd. Organisaties regelen de interoperabiliteit met hun systemen door onderling passende afspraken te maken. Dat wil zeggen, de inhoud van de afspraken gaat vooral over het koppelvlak tussen de spelers.

Als zulke afspraken voor grote groepen een officieel karakter krijgen, worden het standaarden. In dat geval is veelal een expliciete beheerorganisatie vereist. Binnen deze organisatie wordt aandacht besteed aan de besluitvorming over de afspraken; de manier waarop de inhoud van de afspraken operationeel wordt beheerd, de verspreiding en adoptie van de afspraken en de handhaving van de afspraken.

De betrokken partijen moeten ze, ieder voor zich, in hun eigen operationele activiteiten en systemen implementeren. Bovendien moet elke individuele partij een passend interoperabiliteitsbeleid of -strategie te voeren, omdat interoperabiliteitskeuzes grote invloed kunnen hebben op de manier waarop een organisatie zich tot haar omgeving verhoudt.


Instrumentarium
Uiteindelijk moeten de afspraken ook daadwerkelijk ondersteund worden. Dit vereist een uitwisselingsinfrastructuur, die de logistiek van de communicatie regelt.Om deze infrastructuur optimaal te laten functioneren is een bijpassend instrumentarium noodzakelijk. Deze bevat vormen van aanpak, modellen, technieken, tools, checklists, best practices, et cetera. Hoewel elementen hiervan al wel beschikbaar zijn, is de huidige praktijk erg versnipperd en incompleet. Aan deze versnippering wil het project Integrate wat doen. Integrate wil werken aan een praktisch en weloverwogen instrumentarium voor interoperabiliteit vanuit een zakelijk perspectief.

Begin 2008 is gestart met een eerste fase, die werkt aan een business case-instrument voor interoperabiliteit. Dit is een kwaliteitsraamwerk voor het selecteren van bestaande standaarden en een overzicht van instrumenten voor semantische interoperabiliteit. Het project staat open voor het opnemen van specifieke cases. In deze cases kunnen de ontwikkelde instrumenten in concrete praktijksituaties worden ingezet.

Bron: Project Integrate

Elektronisch factureren en telecommunicatie: niet zo heel verschillend

 Mobieltjes%20255x88 Elektronisch factureren en telecommunicatie: niet zo heel verschillend 

 

 

 

 
Elektronisch factureren staat niet op zichzelf. Het is een onderdeel van een keten. Elektronisch factureren is ook geen doel op zich. Het heeft als doel om de klant tot betaling uit te nodigen. En elektronisch factureren is ook geen op zichzelf staande vernieuwing. Sterker nog, het laat zich goed vergelijken met telefonie, in het bijzonder mobiele telefonie.

De inspiratie voor dit artikel was er al langer, maar vond pas echt haar weg na de presentatie van prof. Dr. Han Gerrits tijdens het ondertekenen van het convenant B2G e-factureren.  

 
Overeenkomsten en verschillen
Hieronder volgt in een tabel een vergelijking tussen de markt voor elektronisch factureren en die voor telecommunicatie.

De tabel toont de gelijkenissen tussen de twee sectoren. Hieronder wordt stilgestaan bij de gelijkenissen die we in de toekomst mogen verwachten.

 

TELECOMMUNICATIE

E-FACTUREREN

Operators

X

X

Netwerken

X

X

Netwerkexternaliteiten (netwerktoegangsmogelijkheidheden)

X

X

Waardenetwerk

X

X

Gestapelde diensten

X

x

Uitdaging: kritische massa

X (niet meer)

x

Uitdaging: compatibiliteit

X (niet meer)

X (lees: interoperabiliteit)

Uitdaging: overstappen

X (niet meer: gereguleerd)

- / ?

Uitdaging: standaarden

X (niet meer)

X (geen standaarden, nodig?)

 

 
Wat brengt de toekomst?
Elektronisch factureren en telecommunicatie, in het bijzonder mobiele telefonie, verschillen helemaal niet zo veel van elkaar. In de toekomst kunnen we bij elektronisch factureren vergelijkbare ontwikkelingen zien die we ook hebben gezien in de telecommunicatiesector.


VMO’s
Wat te denken van Virtual Mobile Operators. Dit zijn partijen die communicatiediensten aanbieden op basis van tikken – beter gezegd capaciteit- ingekocht bij een partij die een netwerk in eigendom heeft of beheert.

In de wereld van elektronisch factureren betekent dit dat er partijen gaan opstaan die over een netwerk van een andere partij facturen gaan aanbieden. De eigenaars van netwerken laten in dat geval toe dat er via hun netwerk facturen worden verzonden. De laatste tijd is gebleken dat dit al plaatsvindt. Zo heeft bijvoorbeeld BSP (Billing Service Provider) A een contract gesloten met BSP B. BSP A heeft al een aansluiting bij de grote banken om daar facturen in de online bankomgeving te kunnen presenteren.  BSP B kan niet meer aansluiten bij de diverse banken omdat ze dat niet meer toestaan. Op basis van de overeenkomst tussen BSP A en BSP B kan nu BSP B via het netwerk van BSP A rekeningen afleveren voor haar klant in de online bankomgeving.

Overigens is er een verschil tussen VMO overeenkomsten en Roaming. Bij roaming wordt het bereik groter met toenemende kosten per bericht. Dat is merkbaar bij zowel elektronisch factureren als mobiele telefonie. Een SMS in het buitenland is mede vanwege roaming duurder dan een SMS in het binnenland. Een elektronische factuur naar het buitenland is via roaming ook duurder omdat de netwerkeigenaar waarover geroamd wordt – net als bij SMS- een vergoeding wil. Bij VMO’s zijn de kosten bij gebruikmaking van het netwerk net zo hoog – en soms zelfs lager- dan wanneer de netwerkeigenaar zelf diensten zou aanbieden. Dit heeft vaak te maken met de mate van “downstream” van de aangeboden diensten voor de netwerkeigenaar. Zelfs Telfort kan als een VMO worden aangemerkt en is op veel punten goedkoper dan KPN.

Flat fee
In de telecommunicatiesector zie je ‘flat fee aanbiedingen’. De start is gekomen met breedband internet. In eerste instantie moest er worden betaald per MB, gevolgd door een vast bedrag per maand, en nu zelfs zonder datalimiet. Inmiddels is flat fee ook doorgedrongen in de telefonie. Zoals het geval is bij triple play pakketten van KPN, UPC, ZIGGO en TELE2. Inmiddels zien we in de mobiele telefonie ook de eerste flat fee aanbiedingen voor SMS. Er zijn zelfs flat fee “unlimited” aanbiedingen voor mobiele telefonie.

Wordt er bij elektronisch factureren in een flink aantal gevallen nog afgerekend ‘per tik’; ook daar zullen we zien dat er steeds meer op basis van flat fee wordt afgerekend. Zeker bij geautomatiseerde factuurverwerking zien we dat er licenties op basis van factuurbundels worden verkocht. Een aantal grote BSP’s doet dat inmiddels ook voor elektronisch factureren.

Vermindering aantal financiele componenten
In de telecommunicatiesector is het aantal componenten waarover betaald moet worden sterk afgenomen. Was het eerst nog voor de telefoon, de aansluitkosten, de helpdesk, de abonnementskosten en de belminuten, nu is er vaak sprake van nog maar EEN bedrag per maand (Zie de flat fee). Met als krent in de pap: een cadeau bij het afsluiten van een nieuw of het verlengen van een bestaand contract. Voor velen in de mobiele telecommunicatiemarkt is dat die ene nieuwe telefoon.

Bij elektronisch factureren en geautomatiseerde factuurverwerking is nu nog sprake van een flink aantal componenten, zoals: workshop, aansluiting op pakket, implementatie, jaarbedrag, maandbedrag, bedrag per tik. De eerste ontwikkelingen dat het aantal componenten zal afnemen zijn al zichtbaar. Op de eerste plaats wordt elektronisch factureren steeds meer verwerkt in boekhoudpakketten, zoals Exact en Reeleezee onder meer laten zien. De rol van de BSP’s raakt daardoor meer op de achtergrond. Op de tweede plaats ontstaan er diverse nieuwe dienstverleners rondom elektronisch factureren die een bedrag per maand vragen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat deze dienstverleners in vrijwel geen van de gevallen kunnen zorgen voor echte besparing aan de kant van de ontvanger.

Lagere kosten
Natuurlijk mag deze toekomstige ontwikkeling niet worden vergeten. Eigenlijk is het geen toekomstige ontwikkeling meer. De slag om de klant is gestart. En daarbij kan worden geconcurreerd op prijs, op kwaliteit en op service. De nadruk is vooral komen te liggen op: prijs. De verwachting is dan ook de groei van het gebruik en de adoptie van elektronisch factureren gepaard gaat met dalende kosten.

Nieuwe diensten en convergentie
In de afgelopen jaren zijn via een proces van natuurlijke vernieuwing steeds nieuwe diensten aangeboden. Zoals MMS, ringtones, draadloos mobiel internet, navigatie en tv op je mobiele telefoon. En verder: interactieve televisie, hd televisie, personal video recorder, triple play. Verwacht mag worden dat dergelijke vernieuwingen ook bij elektronisch factureren steeds vaker gaan plaatsvinden. Bijvoorbeeld het verzenden van andere documenten dan alleen facturen, het kunnen koppelen met andere formaten en kanalen, et cetera. Het is interessant te zien wat er de komende jaren nog meer komt. 

Verschillen
Zijn er dan helemaal geen verschillen? Ja, het eerste betreft roaming. Het tweede betreft standaarden.

Roaming
In de mobiele telecommunicatie speelt roaming een heel belangrijke rol. Roaming maakt het mogelijk dat twee personen die zich fysiek geografisch ergens anders bevinden ineens met elkaar kunnen communiceren.

Roaming wordt ook toegepast in het kader van elektronisch factureren. Het verschil met roaming in de telecommunicatiesector is toch wel dat vanwege de verbinding met Internet het probleem met geografische afstanden geen rol speelt: we kunnen dankzij Internet iedereen bereiken. Sterker, met Internet op onze mobiel kunnen we bellen naar iedereen ter wereld. Gratis en voor niets.
Als roaming niet als doel heeft om geografische belemmeringen op te heffen, dan is het doel van roaming bij elektronisch factureren een andere: met behoud van ieders eigen netwerk het bereik vergroten. Dat zou betekenen dat als iedereen met iedereen gaat roamen, de prijs van elektronisch factureren over de landsgrenzen zou gaan toenemen. Kijkend naar de toekomstige ontwikkelingen zou dat niet logisch zijn. Daarnaast is dit niet aan te bevelen voor wat betreft de adoptie en het gebruik van elektronisch factureren over de landsgrenzen. Dan komen we uit op de vraag of roaming niet uiteindelijk een belemmering is voor de ontwikkeling van elektronisch factureren. Wie het weet mag het zeggen. 

Standaarden
Gek genoeg hebben we het bij dit onderwerp altijd over de “discussie over standaarden” en niet over standaarden als zodanig. Dit komt allereerst vanwege de diversiteit in elektronisch factureren die vanuit de geschiedenis is ontstaan.

Die diversiteit kan begrijpbaar worden gemaakt door het aantal BSP’s in Europa (ongeveer het kwadraat van het aantal telecomproviders dat ooit heeft bestaan in Europa) te vermeningvuldigen met het aantal kanalen dat voor elektronisch factureren bekend is en dat weer te vermenigvuldigen met het aantal formaten waarin facturen kunnen worden vervat.

Daarnaast is er wel de discussie over standaarden en zijn er geen standaarden als zodanig, omdat men vaker bezig is om via de standaardisatiediscussie zijn of haar belang te verdedigen. Dat zorgt echter voor navelstaargedrag en vertraging in de adoptie van elektronisch factureren. Anders gezegd: de discussie over standaarden zorgt er voor dat deze ogenschijnlijke belemmering zichzelf als belemmering in stand houdt. En daarmee elektronisch factureren afremt in plaats van stimuleert.

We moeten ons afvragen of de standaard niet zou moeten zijn dat er geen standaarden zijn, want dan kunnen nieuwe ontwikkelingen het gemakkelijkst hun weg vinden naar de eindgebruiker. Liefst zonder dat ze lastiggevallen worden met allerlei belangendiscussies.

 

Overheid: Instructies rond gebruik open standaarden

 
Binnen de (semi-) publieke sector is het gebruik van open standaarden sinds 1 april dit jaar niet langer vrijblijvend. Deze zijn nu ook samengevat in ’een instructie voor de rijksdienst’ die op 21 november 2008 in de Staatscourant is gepubliceerd.
 
De Kabinetsbrede afspraken waren in de praktijk al van kracht vanaf 1 april 2008, maar zijn nu ook officieel gepubliceerd en geaccordeerd door de Europese Commissie. De instructie geeft aan hoe de rijksoverheid te werk moet gaan bij de aanschaf van ICT-diensten of ICT-producten. Kern is het principe ‘pas-toe-of-leg uit’. Dit betekent dat overheden bij de aanschaf van ICT in principe moeten uitgaan van zogenaamde open standaarden. Open standaarden zijn ICT-standaarden die iedereen vrij mag gebruiken. Een voorbeeld is het ODF (Open Document Format), een standaard voor het uitwisselen van onder meer tekstbestanden. Hiervan kan alleen worden afgeweken in een aantal uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld wanneer de bedrijfsvoering van het betreffende departement in gevaar komt.
 
Overheden hebben per toepassingsgebied de keuze uit een lijst van open standaarden. Indien wordt besloten geen standaard uit de lijst te kiezen, terwijl de lijst voor het betreffende toepassingsgebied wel standaarden vermeld, moet worden beargumenteert waarom de keuze op een andere standaard is gevallen. De instructie fungeert tevens als voorbeeld voor een werkwijze van medeoverheden en semi-publieke instellingen. Het programmabureau Nederland Open in Verbinding adviseert bij het gebruik van open standaarden en zal het gebruik ervan monitoren. Middels de website Forum Standaardisatie is de lijst te raadplegen met toepassingsgebieden en de daarvoor bruikbare open standaarden.
 
Doel van het hanteren van meer open standaarden is het vergroten van interoperabiliteit en het verminderen van de afhankelijkheid van de overheid van vaste softwareleveranciers. Meer gebruik van open standaarden zal op termijn bijdragen aan hogere kwaliteit van overheidsdienstverlening, vereenvoudiging van de gegevensuitwisseling tussen overheidsorganisaties met burgers en bedrijven en overheidsorganisaties onderling, duurzame gegevensopslag en efficiëntere ontwikkeling en beheer van ICT-systemen.

Lees hier de instructies met betrekking tot de open standaarden.

Bron: www.ez.nl
 
 

SEPA en e-factureren: rapport ECB over de SEPA-voortgang

In het zesde voortgangsverslag betreffende het Gemeenschappelijk Eurobetalingsgebied (Single Euro Payments Area ofwel SEPA), dat deze week is gepubliceerd, verwelkomt de Raad van Bestuur van de ECB de duidelijke vooruitgang die ten aanzien van dit project is geboekt, maar de Raad benadrukt tevens dat er nog steeds urgent werk verricht dient te worden om het welslagen van SEPA zeker te stellen. In het zesde voortgangsverslag is tevens een lijst van “Tien mijlpalen voor de implementatie van en migratie naar SEPA” opgenomen.

Bekijk hier het rapport van de Europese Centrale Bank (Engels):

                       
 

Er hebben veel nieuwe ontwikkelingen plaatsgevonden sinds de publicatie van het vijfde voortgangsverslag in juli 2007. De geslaagde lancering van SEPA in januari 2008 was een grote prestatie. Met de invoering van de SEPA-Overboeking (SEPA Credit Transfer ofwel SCT) op 28 januari 2008, zijn de eerste voordelen van SEPA werkelijkheid geworden voor de banken en, nog belangrijker, voor de eindgebruikers van betaaldiensten. De nationale SEPA-implementatie- en -migratieplannen zijn opgesteld en gepubliceerd. De meeste instellingen voor geautomatiseerde clearing die reeds overboekingen in euro verwerkten zijn nu ook in staat SCT’s te verwerken. In januari 2008 is SEPA tevens van start gegaan voor kaartbetalingen, maar op dit terrein dient nog meer werk te worden verricht ter verwezenlijking van de doelstellingen van het SEPA-project, waaronder de vorming van ten minste één ander Europees kaart- scheme. Het afgelopen jaar zijn de voorbereidingen voor het derde type betaalinstrument, de SEPA-Automatische Incasso, ook wel SEPA-Domiciliëring geheten (SEPA Direct Debit ofwel SDD), voortgegaan, hetgeen geleid heeft tot de goedkeuring van de zogeheten “Rulebooks”. De lancering van de SDD zou volgens de planning op 1 november 2009 moeten plaatsvinden. Desalniettemin dient de lancering van dit belangrijke SEPA-instrument vergezeld te gaan van grotere duidelijkheid tussen de bankensector en de desbetreffende mededingingsautoriteiten wat betreft de mogelijke interbancaire tariferingsmodellen. Dit punt dient snel te worden opgelost. Aanzienlijke vooruitgang is, ten slotte, ook geboekt op de terreinen van e-betalingen en betalingen per mobiele telefoon.
 
De gebieden waaraan thans de meeste aandacht dient te worden besteed zijn:
a) de tijdige lancering van de SEPA-Automatische Incasso op 1 november 2009,
b) de vorming van ten minste één ander Europees kaart- scheme, en
c) maatregelen ter stimulering van de migratie naar SEPA-Overboekingen en SEPA-Automatische Incasso’s, met inbegrip van het vaststellen van een realistische maar ambitieuze einddatum voor nationale overboekingen en automatische incasso’s.

De belangrijkste punten uit dit verslag, waaraan door de markt gevolg dient te worden gegeven om het welslagen van SEPA zeker te stellen, zijn de volgende:

1. De banken dienen uitgebreidere communicatie te waarborgen, duidelijke producten aan te bieden en te zorgen voor een consistente consumentenervaring om de aanvaarding van SEPA-Overboekingen door alle cliënten te stimuleren, waarbij met name overheden voorop dienen te lopen.

2. De resterende belemmeringen voor een tijdige lancering van SEPA-Automatische Incasso’s dienen te worden weggenomen. Om verder te kunnen moeten zeer snel oplossingen gevonden worden, bijvoorbeeld door duidelijkheid te verschaffen omtrent de lanceringsdatum, de verdere geldigheid van bestaande machtigingen te waarborgen, tegemoet te komen aan cliëntenvereisten, de communicatie-inspanningen te intensiveren en de besprekingen over het multilaterale “interchange fee” (verrekeningstarief) af te ronden.

3. SEPA dient “end-to-end straight-through-processing” (volledig geautomatiseerde verwerking van begin tot einde), waarbij betalingen soepel en zonder handmatige bewerking worden verwerkt, mogelijk te maken en verder te gaan dan kern- of basisproducten door open te staan voor innovatieve producten en diensten zoals m-betalingen, e-betalingen, e-facturering enz.

4. Het vaststellen van een realistische maar ambitieuze einddatum voor de migratie naar SCT en SDD is een noodzakelijke stap om in een vroeg stadium de vruchten van SEPA te kunnen plukken.

5. Een ambitieuzer benadering dient te worden gevolgd ten aanzien van SEPA voor Kaarten en marktinitiatieven ter vorming van een Europees kaart- scheme dienen te worden ondersteund.

6. De Europese betalingssector dient ervoor te zorgen dat zij voldoende controle heeft over de SEPA-kaartstandaarden, die bij voorkeur niet bedrijfsspecifiek zouden moeten zijn. De European Payments Council (EPC) dient het SEPA-kaartenstandaardisatieprogramma verder te ontwikkelen.

7. Veiligheid vormt de basis van het vertrouwen in SEPA-betalingen, en alle betrokkenen dienen hun inspanningen op dit vlak voort te zetten en zelfs te intensiveren.

8. De infrastructuren leveren het goede voorbeeld, maar de resterende beperkingen voor de interoperabiliteit dienen te worden weggenomen.

9. Goed bestuur van het SEPA-project vereist veranderingen in het mandaat en de organisatie van de EPC. Een stap op de korte termijn zou zijn het Secretariaat van de EPC te versterken zodat het op adequate wijze het EPC steun kan geven bij zijn vele taken. Op de middellange tot langere termijn zijn substantiëlere veranderingen nodig om de effectiviteit, transparantie en verantwoordingaflegging van het EPC te verbeteren.

10. Duidelijkheid en zekerheid ten aanzien van de SEPA-taken: de SEPA-implementatie- en
-migratiemijlpalen verschaffen een overzicht van concrete taken die volgens het Eurosysteem moeten worden verricht om het welslagen van het SEPA-project zeker te stellen.

Het voortgangsverslag richt zich niet alleen tot de banken en toekomstige betalingsinstellingen, maar ook tot alle relevante betrokkenen, zoals bedrijven, overheden, handelaren en consumenten.

Bron: Europese Centrale Bank