Berichten getagged ‘Richtlijn’
Er zou niet ingegaan worden op de vraag of en in hoeverre –grensoverschrijdende- BTW-fraude wordt beheerst
Lees meerMet de wijziging naar een uniek 12 cijferig verstigingsnummer wordt voldaan aan Europese richtlijnen
Lees meerDe eerste contouren van de nieuwe BTW richtlijn worden zichtbaar. Het is geen jongetje en geen meisje geworden, maar een compromis. De belangrijkste effecten van het compromisvoorstel voor e-factureren zijn hier te lezen.
Bekijk het volledige voorstel hieronder:
De gevolgen van de financiële crisis zijn goed te merken in het bedrijfsleven. Meer dan de helft (53%) van de credit managers ervaart een negatieve invloed van de kredietcrisis op het betaalgedrag van klanten.
Door de crisis worden rekeningen gemiddeld twaalf dagen later betaald, waardoor tientallen miljarden euro’s aan werkkapitaal stilligt. Voor de komende tijd verwachten de credit managers geen verbetering: bijna driekwart (73%) denkt dat het betaalgedrag in Nederland verder verslechtert. Een half jaar geleden was dit nog iets meer dan de helft (52%). Dit blijkt uit de zesde Credit Management Trendmeter van OnGuard, een onafhankelijk periodiek onderzoek onder 149 credit managers in Nederland.
Een samenvatting van het onderzoeksrapport, inclusief verantwoording van de onderzoeksopzet, is hier beschikbaar.
De onrust op de financiële markten heeft haar weerslag op het credit management in Nederland. Acht op de tien ondervraagden (82%) zegt in het dagelijkse werk iets te merken van de financiële onrust door de kredietcrisis, een significant verschil met een half jaar geleden (66%). Meer dan een derde (36%) van de ondervraagden vindt dat het matig tot slecht is gesteld met de betalingsmoraal in Nederland. Een half jaar geleden was dit nog geen kwart (24%). Nederlandse creditmanagers (82%) zeggen geregeld tot vaak mee te maken dat betalingstermijnen worden overschreden. Klanten rekken steeds meer de betalingstermijnen op (75%), die ze ook nog eens steeds vaker zelf bepalen (73%). Dit alles zal met name ten koste gaan van het MKB, zo stelt 80% van de ondervraagden.
Werkkapitaal
De gemiddelde betaalvertraging van twaalf dagen zorgt volgens een globale berekening van OnGuard dat er zo’n 34 miljard euro aan werkkapitaal stilligt. “Geld dat niet meteen kan worden gebruikt om lopende kosten zoals salarissen te dekken, maar waarmee ook geen nieuwe investeringen kunnen worden gedaan of eigen rekeningen kunnen worden betaald. Hierdoor kan een domino-effect ontstaan,” stelt Edwin Merk, Sales Director bij OnGuard. “Met name grote bedrijven kunnen het zich permitteren een rekening pas na lange tijd te betalen waardoor ze werkkapitaal kunnen vasthouden. Vooral de kleinere bedrijven voelen dit. Zij kunnen bijvoorbeeld hun eigen verplichtingen niet nakomen of moeten dure leningen aangaan om de periode dat ze op hun geld wachten te overbruggen. Het MKB is sterk afhankelijk van extern kapitaal en betalingen van klanten. Zij hebben minder reserves en merken als eerste de gevolgen van betalingsuitstel.”
Om toch meer liquiditeit te krijgen, zullen bedrijven de komende tijd extra hun best moeten doen om aan inkomen te komen. Bijna de helft (46%) van de creditmanagers ziet hierin een rol voor de overheid. Zij vinden dat de betalingstermijn moet worden vastgelegd in wet- en regelgeving. OnGuard adviseert niet teveel naar derden te kijken, maar vooral de hand in eigen boezem te steken. “De internationale richtlijnen bleken niet afdoende om de kredietcrisis te voorkomen. Ook bedrijven die door onafhankelijke instanties als ‘financieel gezond’ werden gezien, bleken vatbaar voor de kredietcrisis,” zegt Merk. “Bedrijven doen er goed aan niet meer blind te vertrouwen op de ‘ratings’ van hun klanten, maar er voor te zorgen hun cashflow zelf goed op orde te hebben. Nu de banken hun handen stevig op de knip houden, is het meer dan ooit van belang je debiteurenbeheer op orde te hebben. Eens te meer is het voor de credit manager belangrijk om kort op de bal te spelen.”
Over de OnGuard Credit Management Trendmeter
De Credit Management Trendmeter is een onderzoek dat twee keer per jaar de trends en ontwikkelingen in kaart brengt op het gebied van credit management. De Credit Management Trendmeter wordt door onafhankelijk onderzoeksbureau Blauw Research uitgevoerd in opdracht van OnGuard. Aan dit onderzoek hebben 149 Nederlandse credit managers meegedaan.
Bron: OnGuard
De laatste tijd wordt veel gesproken over het economisch voordeel dat met e-factureren gepaard gaat.
De laatste maanden wordt vanwege de economische tegenspoed steeds vaker en nadrukkelijker het verband gelegd tussen e-factureren en de mogelijke kostenbesparing. Zo wordt aangenomen dat we in Nederland € 600 miljoen kunnen besparen met grootschalige toepassing van e-factureren.
Dit roept een aantal vragen op: hoe is de claim van € 600 miljoen kostenbesparing opgebouwd? Verder, is het naast kostenbesparing ook mogelijk om op andere manieren economisch voordeel uit e-factureren te halen? En tot slot, wat is waar als het gaat om dit soort berekeningen?
Dit bedrag is tot stand gekomen op basis van een nulmeting van het EIM uit 2002 inzake administratieve lastenverlichting en het rapport van de Rekenkamer van 21 juni 2006 inzake administratieve lastenverlichting.
Hoe is dit bedrag van € 600 miljoen tot stand gekomen?
In de berekening is afgeweken van de genoemde besparingen in deze rapporten op grond van de rapporten zelf. De belangrijkste constatering is dat een (elektronische) verkoopfactuur voor de verzender, een (elektronische) inkoopfactuur voor de ontvanger is. Dat betekent dat e-factureren ook een besparing met zich mee kan brengen voor de ontvanger.
Kijkend naar de criteria en de processen die het EIM in haar nulmeting van 2002 heeft toegepast, dan kan je concluderen dat: een ontvanger aan de hand van een elektronisch te verwerken inkoopfactuur gemiddeld genomen het viervoudige aan besparing kan realiseren (met name gelegen in tijdswinst) ten opzichte van de verzender van zijn verkoopfactuur.
In de berekening is daarom geprobeerd een ketenbesparing (besparing bij zowel verzender als ontvanger) op het gebied van e-factureren inzichtelijk te maken.
Welke besparingen per factuur zijn daarin meegenomen?
Bij de verdere berekening wordt als uitgangspunt genomen het rapport van PriceWaterhouseCoopers (1999), op basis waarvan de Europese Richtlijn is opgebouwd. De betreffende Europese richtlijn is geïncorporeerd in de Nederlandse wetgeving, onder meer in artikel 35 van de Wet op de Omzetbelasting.
In het rapport van PriceWaterhouseCoopers wordt genoemd dat het verzenden van een elektronische factuur een besparing oplevert van ongeveer € 1,65. De besparing bestaat onder meer uit: drukkosten papier en enveloppen, printkosten, kopieerkosten, frankeerkosten, afschrijvingen apparatuur, archiefkosten en handelingskosten. Voor de ontvangstzijde geldt dat een elektronische inkoopfactuur voornamelijk leidt tot tijdswinst. Dit bedrag is afkomstig van een rapport van de Gartner Groep uit 1999 en is zonder inflatiecorrectie toegepast.
Dit houdt -in theorie- in dat met e-factureren per elektronische verkoopfactuur € 1,65 en per elektronische inkoopfactuur € 6,60 (4 maal € 1,65) kan worden bespaard. Dat betekent een ketenbesparing per elektronische factuur van € 8,25.
Om te komen tot het bedrag van € 600 miljoen, zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
1. Er is alleen gekeken naar de facturen in het B2B segment. Op basis van de Factuurmonitor 2008, het aantal bedrijven in Nederland en het uitgangspunt van ketendigitalisering en ketenbesparing betreft het circa 75 miljoen facturen.
2. De berekening strekt zich uit tot enkel de ‘factuur’ die past bij de strikte definitie in de fiscale wetgeving:
”..een rekening voor geleverde goederen of verleende diensten die voldoet aan de voorgeschreven
vereisten.”
Dit houdt in dat herinneringen, aanmaningen, bijlagen en andere –verplichte- communicatie voor de
berekening buiten beschouwing zijn gelaten.
3. Het betreft enkel ‘facturen’ die op Nederlands grondgebied worden verzonden en verwerkt.
4. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de vormen waarin e-factureren wordt toegepast. Met die nuance dat PDF facturen op dit moment nog niet kunnen bijdragen aan besparing in verwerkingskosten bij de ontvanger.
Heeft het bedrag betrekking op B2B of ook op anders segmenten?
Platform ELFA heeft in haar communicatie rondom de mogelijke besparing altijd het B2B segment als uitgangspunt genomen. B2G en B2C zijn niet meegenomen in de berekening, omdat tijdens het samenstellen van de berekening hierover onvoldoende informatie beschikbaar was.
Tijd, ontwikkelingen, voortschrijdende inzichten en economisch voordeel
Sinds het bekendmaken van het resultaat van deze besparing in november 2006 zijn er diverse ontwikkelingen en voortschrijdende inzichten geweest, op basis waarvan goed kan worden betoogd dat het economisch voordeel* van e-factureren een stuk hoger komt te liggen dan alleen het besparingspotentieel. Dit vraagt om wat uitleg.
Degene die bekend zijn met de regels rondom jaarrekeningen, balansen en dergelijke, weten dat er meer is dan besparen. Het jaarrekeningenrecht hanteert het begrip ‘economisch voordeel’. Economisch voordeel kan besparing in de vorm van lagere kosten inhouden, maar ook hogere inkomsten en mogelijk zelfs winst.
De eerste constatering is dan ook dat e-factureren meer economisch voordeel met zich mee kan brengen dan alleen een kostenbesparing.
De tweede constatering is dat met betrekking tot het onderdeel kostenbesparing er nog tal van posten zijn op te voeren waardoor de totale kostenbesparing en daarmee het totale economische voordeel verder –fors- groeit.
Ontwikkelingen die leiden tot extra besparingen met e-factureren
De volgende ontwikkelingen zijn niet meegenomen in de berekening:
1. de term ’factuur’ kan worden ingewisseld voor de bredere term ‘bericht’. Hierdoor kan een veelvoud aan elektronische berichttypen worden uitgewisseld (loonstrook, creditnota’s, opdrachtbevestigingen, pricatberichten, pensioenoverzichten, beschikkingen, et cetera).
2. Ook de facturen die vanuit Nederland naar het buitenland – en vice versa- worden gezonden, worden betrokken in de calculatie.
3. Ook e-factureren (berichten) inzake Business-2- Consumer, Business-2-Goverment en eventueel Goverment-2-Business zouden in de berekening kunnen worden betrokken
Ontwikkelingen die leiden tot meer inkomsten
De volgende ontwikkelingen kunnen leiden tot meer inkomsten:
1.In de calculatie kunnen ook de positieve inkomsteneffecten van een efficiënter reconciliatieproces worden meegenomen: rente.
2. Hogere omzet. Als klanten een elektronische inkoopfactuur meteen kunnen inboeken in hun systeem, koppelen zij dit aan de volgende inkoop bij de betreffende leverancier: “Als ik bij hen inkoop krijg ik een besparing van € [x] omdat ik de factuur en orderregels meteen in het financieel pakket kan inboeken.”
Tot slot: “Wat is waarrrrr?”
De stem van Henk Westbroek komt boven drijven. Het weergeven van het resultaat van een financiële berekening -hoe goed onderbouwd deze ook zou mogen zijn- herbergt geen absolute ‘waarheid’ in zich. Het biedt slechts een indicatie van het economische voordeel (besparing en inkomsten) van e-factureren voor Nederland.
De discussie is geopend: “Wat is waarrrrr?”
Op 27 januari 2009 heeft Europese Expertgroep haar tussentijdse verslag over de harmonisatie van e-factureren in Europa bekendgemaakt. Het verslag behandelt onder meer zakelijke vereisten, wettelijke en regelgevende kwesties, netwerk aspecten, interoperabiliteit en standaarden. Alles in een compact 37 bladzijden tellend document.
Visie
De Europese Expertgroep stelt dat ze met dit rapport:“een visie willen uiteenzetten voor een Europese e-factureren omgeving, waarbij de handel tussen partijen kunnen plaatsvinden in een open ecosysteem gebaseerd op geharmoniseerde wettelijke bepalingen en een grote mate van standaardisering. De omgeving moet in het bijzonder aantrekkelijk zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen en moet de markt een concurrerend aanbod van dienstverleners en andere oplossingen kunnen bieden. Overheidsdiensten moeten het voortouw nemen bij het creëren van deze omgeving.”
Zakelijke vereisten
De groep deskundigen heeft de volgende belangrijke zakelijke vereisten aangedragen voor een brede adoptie e-factureren in Europa:
- Een gunstige verhouding tussen de (initiële en terugkerende) kosten en de baten
- Gebruiksgemak (ook voor wat betreft het onderhoud en de uitvoering) van e-factureren oplossingen
- Een duidelijke vermindering van handmatige werkzaamheden voor zowel de verzender en als de ontvanger en automatisering van de gehele keten
- Harmonisatie, vereenvoudiging en duidelijkheid van de wettelijke eisen
- Communiceren en uitwisselen van praktijkvoorbeelden
- Creëren van een concurrerende marktomgeving voor dienstverleners in alle lagen
- Zorgen voor betrouwbaarheid en gegevensbescherming
Juridische- en regelgevingsaspecten
De Europese Expertgroep ervaart dat de huidige regelgeving een belemmering voor is de invoering en het gebruik van e-factureren en verdere integratie van de Interne Markt. De Europese Expertgroep stelt daarom voor dat zowel papieren en elektronische facturen een gelijke behandeling krijgen.
Gelukkig staat zowel de recente analyse van de regelgeving door PriceWaterhouseCoopers en in het voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de huidige richtlijn dat:
“ter bevordering van e-factureren dit voorstel gericht is op het wegnemen van de belemmeringen voor e-facturering in de BTW-richtlijn door het verwijderen van de [wettelijke] verschillen tussen elektronisch en op papier verzonden facturen, zodat de wijze van overdracht neutraal is.”
Ook de meerderheid van de Europese Expertgroep stelt dat de CEN / FISCALIS Draft Good Practice Guidelines een effectief middel is om een controle-mechanisme vanuit het oogpunt van BTW-controle en fraude preventie.
Interessant genoeg geeft PriceWaterhouseCoopers de voorkeur aan
“een aanpak die vergelijkbaar is met de succesvolle ‘Code of Conduct for Transfer Pricing’. Wij verwijzen ook naar de ‘Guidance Paper on Transaction Information and Record Keeping’ gepubliceerd door het ‘OESO forum of Tax Administration’ in mei 2004. We raden daarom de oprichting aan van een gemengde werkgroep waarin alle lidstaten en een vertegenwoordiger van het bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd. Het doel zou zijn om de ontwikkeling van een gemeenschappelijke standaard set van documentatie voor het bedrijfsleven ten aanzien van hun facturering en archivering processen, systemen en technologie. Het doel van de werkgroep is het ontwikkelen van een pragmatische oplossing en aanpak voor de ontwikkeling van een dergelijk documentatie van hun facturatie en archivering processen, rekening houdend met de verschillende elektronische facturatie en archivering oplossingen die voor het bedrijfsleven beschikbaar is.”
Daarnaast bepaalt het voorstel van de Europese Commissie voorafgaande aanvaarding voor het verzenden van een e-factuur wordt afgeschaft, evenals de lijst van technologieën die kunnen worden gebruikt voor e-factureren. Zelfs het recht voor de lidstaten om specifieke eisen zullen worden afgeschaft.
Netwerk-effecten – diskwalificatie van de prestaties die BSP’s hebben gerealiseerd
De Europese Expertgroep stelt ook dat om de netwerkeffecten een te bereiken een stimulans moet worden gegeven aan de ontwikkeling van een netwerk model dat zorgt voor de interoperabiliteit, een keuze van diensten en een breed bereik.Het rapport stelt vervolgens dat:“
vandaag de dag de dienstverlening providers vaak in ‘silo’s’ of zogenaamde consolidator modellen werken, al hoewel verschillende connectiviteit initiatieven worden ontwikkeld en er ‘four corner’ modellen bestaan. Maar er is meer nodig, want zonder een interoperabele omgeving zal het MKB te maken krijgen met een exponentieel groeiend aantal verbindingen met hun handelspartners, dit is niet vol te houden.”
Dit is heel interessant. Allereerst omdat het juist de BSP’s zijn die de huidige prestatie op het gebied van e-factureren hebben gerealiseerd. Dit kan niet gemakkelijk worden ontkend. Aan de andere kant, het is nu eenmaal makkelijker om iets af te zetten van een ontwikkeling die al resultaten heeft geboekt dan ten opzichte van een ontwikkeling die nog niet bestaat. Vanuit dat oogpunt kunnen de verklaringen in het tussentijds verslag worden geïnterpreteerd als een compliment.
Vanuit dat perspectief zouden de woorden “hoewel [..] four corner modellen bestaan” kunnen worden uitgelegd op een zodanige manier dat beweert wordt dat het four corner (banken) model beter geschikt is voor massa-adoptie in Europees verband dan het consolidator model van de BSP’s. Maar, welk bewijs is er voor deze verklaring, op dit moment? Zelfs vergeleken met de prestaties van de BSP’s?
Hoe zal het EEI Framework eruit komen zien? Kijk voor meer informatie, naar het document hieronder. Voor de aandachtige toeschouwer heeft het heel wat gelijkenissen met de wijze waarop de (mobiele) telecommunicatie sector werd geliberaliseerd.
Communiceren over e-factureren
De meeste van de dingen die gezegd waren gebaseerd op de samenvatting van het tussentijdse verslag. Maar dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat de samenvattting alle essentiële aspecten van het rapport weergeeft. Integendeel.
Een blik het verslag op pagina 30 onthult een communicatie “bijlage”. Vergeleken met ruime en vrijblijvende formulering van het raamwerk rond e-factureren (EEI Framework), is de inhoud deze bijlage stevig en bijna dwingend! Een paar voorbeelden:
“Inderdaad kan worden aangevoerd dat een van de belangrijkste – zo niet de belangrijkste – factoren die momenteel de ontwikkeling van e-factureren belemmeren een gebrek aan bewustzijn, communicatie en verspreiding van overtuigende informatie aan marktdeelnemers is, om daarmee het niveau van vertrouwen te creeren dat is nodig om met e-factureren door te gaan en dit uit te voeren.”
En verder:
“Zo is er een duidelijke behoefte aan een grote inspanning om duidelijk te maken bij potentiële gebruikers, dienstverleners, regelgevende instanties, overheidsinstellingen en andere belanghebbenden wat (en hoe vaak verrassend weinig) moet worden gedaan en wat (en vaak verrassend hoe groot) de winst zal zijn.”
En ook:
“Communicatie-initiatieven moet geen eenmalige oefeningen zijn, maar moet deel uitmaken van een regelmatig communicatieplan en proces, zowel periodiek (bijvoorbeeld in een driemaandelijkse nieuwsbrief) en gebaseerd op belangrijke gebeurtenissen (bijvoorbeeld wanneer een nieuw rapport gepubliceerd wordt, wanneer er belangrijke overheidsdiensten verplichten tot e-factureren, op basis van grote succesverhalen uit de industrie, enz.).”
Waarom dit geen deel uitmaakt van de kern van het tussentijds verslag, en zelfs niet in de management samenvattend staat is een mysterie. Maar wat wel is duidelijk is dat de communicatie van essentieel belang is.
In Nederland is Platform ELFA hier erg druk mee. En in Europa werkt het EEI Platform hard aan de aanbevelingen in het rapport (zelf voordat deze aanbevelingen werden opgeschreven). Zowel het EEI Platform als Platform ELFA zijn graag bereid uitvoering te geven aan de aanbevelingen door middel van:
- Een uitgebreid activiteitenplan
- Sociale netwerken
- Weblog
- Forum
- Innovatie richtlijn
- ‘interaction framework’
- ‘common body of definitions’
Bekijk hier het interimrapport (Engels):
Interne markt
Sinds de oprichting van de interne markt op 1 januari 1993 zijn leveringen van communautaire goederen aan Duitsland niet meer onderworpen aan grenscontroles. Het zenden van een factuur aan de afnemer is voldoende. Wel moet de factuur het btw-identificatienummer van leverancier en afnemer vermelden.
Als tijdens het vervoer vanuit een EU-lidstaat naar Duitsland een derde land wordt aangedaan of als over zee wordt vervoerd, moet men gebruikmaken van het Enig Document (ED) of een ander vervoersdocument met daarin aangebracht de aantekening T2L. Hiermee wordt de communautaire oorsprong van de goederen aangeduid.
Meer informatie:
Voor specifieke vragen over belastingen bij intracommunautaire transacties kan men terecht bij de Belastingdienst, www.belastingdienst.nl of bij de belastingtelefoon: 0800-0543.
Factuur
In vervolg op de btw-factuurrichtlijn van de Europese Unie heeft de Bondsraad in 2003 een belastingwijzigingswet aangenomen. Tot 1 januari 2004 was het uitreiken van een factuur slechts verplicht als de afnemer erom vroeg. Sinds 1 januari 2004 is de ondernemer die de prestatie verricht, verplicht een factuur uit te reiken als een prestatie wordt verricht aan een andere ondernemer of aan een lichaam/niet-ondernemer. Volgens Par. 14, art. 4 van het Umsatzsteuergesetz (UStG) moeten facturen in Duitsland sinds 1 januari 2004 aan bepaalde voorwaarden voldoen. In aanvulling op de bestaande factuureisen zullen ook de volgende gegevens op de factuur moeten worden vermeld: een doorlopend factuurnummer, een factuurdatum en het btw-tarief. Verder ziet het ernaar uit, dat de factuurvereisten strenger dan in het verleden een rol zullen spelen bij de aftrek van voorheffing. Met andere woorden: de afnemer moet de inkoopfacturen nauwgezet op juistheid en volledigheid controleren.
Sinds 2004 moet een factuur in Duitsland ten minste het volgende vermelden:
– naam en adres van de ondernemer die de levering of dienst verricht;
– naam en adres van de afnemer;
– belastingnummer of het btw-identificatienummer van de leverancier van goederen of diensten;
– doorlopend factuurnummer;
– factuurdatum;
– tijdstip waarop de prestatie is verricht of (als de vergoeding wordt ontvangen voordat de prestatie is verricht) het tijdstip dat de vergoeding werd ontvangen voor zover dat tijdstip bekend is en niet met de factuurdatum overeenkomt;
- hoeveelheid en duidelijke omschrijving van de goederen of van de dienst;
– vergoeding per omzetbelastingtarief of vrijstelling;
– omzetbelastingtarief of een verwijzing naar de reden waarom geen omzetbelasting is verschuldigd.
Het btw-identificatienummer op de factuur is vereist als de afnemer zich in een andere EU-lidstaat bevindt. Als Nederlandse ondernemers leveringen of diensten verrichten die belastbaar zijn in Duitsland, valt dit onder de Duitse wetgeving. Als er sprake is van verlegging van de btw naar de Duitse afnemer, moet op de factuur worden vermeld dat dit op grond van par. 14, art. 4 van het Umsatzsteuergesetz geschiedt. Als een factuur niet aan de hierboven beschreven voorwaarden voldoet, kan de ontvanger de factuur weigeren.
De ondernemer moet van iedere factuur een kopie bewaren voor een periode van tien jaar. Elektronisch factureren (zonder papierstroom) is in Duitsland sinds 1 januari 2002 mogelijk, mits de factuur een gekwalificeerde elektronische handtekening bevat (qualifizierte elektronische Signatur).
Facturen voor kleine bedragen (tot en met 100 euro) hoeven niet aan alle normale factuurvereisten te voldoen.
Btw-identificatienummers
De meest voorkomende gevallen waarin een Nederlandse ondernemer zich in Duitsland moet registreren, zijn die waarin er goederen in Duitsland worden verkocht. Een btw-registratie is in Duitsland relatief eenvoudig aan te vragen. In tegenstelling tot veel andere EU-landen stelt Duitsland bijvoorbeeld niet als vereiste dat er een lokale fiscale vertegenwoordiger wordt benoemd. De Nederlandse ondernemer kan zelf de btw-registratie doen.
In Duitsland hebben verschillende eenheden van de Belastingdienst de opdracht gekregen om de btw-registratie van de ondernemers uit een bepaald land af te handelen. Voor Nederlandse ondernemers is dat het Finanzamt in Kleve. Dit Finanzamt regelt in beginsel alle omzetbelastingaangelegenheden van Nederlandse ondernemers.
Meer informatie
Finanzamt Kleve: www.finanzamt.nrw.de/kleve
Overige documenten bij invoer
- vervoersdocument, afhankelijk van het gekozen vervoersmiddel;
- in de Bondsrepubliek Duitsland bestaan verschillende gezondheids- en etiketteringvoorschriften, waardoor bij invoer van bepaalde producten een verklaring is vereist. Dit is onder meer het geval bij wijn, planten, dierlijke en plantaardige stoffen, voedingsmiddelen, cosmetica en medische middelen.
Meer informatie
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV): www.minlnv.nl/agribusiness
Plantenziektenkundige Dienst van het ministerie van LNV: www.minlnv.nl/pd
Douane in Duitsland: www.zollamt.de
Kamer van Koophandel: www.kvk.nl
Bron: EVD
Meer internationaal nieuws over e-factureren vindt u op www.eeiplatform.com
Leden van de Nederlandse tak van de Business Software Alliance spreken met elkaar over de mogelijkheid en wenselijkheid van juridische actie tegen de open-standaardenrichtlijn van de Nederlandse overheid.
Dat meldt het Engelse TechWorld op gezag van een woordvoerder van één van de leden, die om anonimiteit verzocht. Overigens zijn de juridische messen nog niet geslepen, blijkt uit een reactie van manager platformstrategie Hans Bos van Microsoft tegenover TechWorld. Hoewel hij niet ontkent dat erover gesproken is, zegt Bos dat het voorbarig zou zijn nu al tot juridische actie over te gaan. Volgens hem is de discussie met de overheid hierover nog niet afgerond.
Toch is Bos wel kritisch over de richtlijn: “De Nederlandse overheid wil gelijke kansen bieden door open source een voordeel te gunnen. Wij vinden dat discriminatie, en het is ook kortzichtig: wat gaat de overheid doen als er in de toekomst weer een ander businessmodel opkomt? En waarom geef je één businessmodel een steuntje in de rug in zo’n dynamische markt?”, vraagt hij.
De BSA-leden zijn met name slecht te spreken over de definitie van open standaarden in de nota Nederland Open in Verbinding, die aan de basis ligt van het opensourcebeleid bij de overheid. Die definitie zou niet in lijn zijn met de definitie van open standaarden in het European Interoperability Framework, waarover deze zomer een consultatieronde is gehouden. Overigens is de BSA ook kritisch over de definitie die het EIF hanteert. Die definitie zou zo krap zijn dat algemeen aanvaardde standaarden zoals MP3 en USB er buiten zouden vallen, luidt de kritiek van de BSA.
Bron: Automatisering Gids
Op 9 oktober 2008 geeft Sterling Commerce een seminar over Elektronisch factureren op wereldwijde schaal; Naleving van de internationale BTW-richtlijnen.
Het evenement zal tussen 09:30 en 14:30 plaatsvinden in de Amsterdamse Arena.
Er zullen onder meer presentaties plaatsvinden van Christiaan van der Valk (directeur Trustweaver), Hein Grorter de Vries (dir. Strategie, GS1 Nederland) en Chris Hayes (Senior marketingmanager EMEA, Sterling Commerce).
Klik hier voor het volledige programma.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Sterling Commerce.



